Rasbeschrijving
De Puli is één van de drie kleinere Hongaarse Herdershondjes, die de meeste bekendheid geniet. Zij zijn rond 1751 ontstaan, door de Nomaden naar Hongarije gebracht en officieel in 1924 door de FCI erkend.

Zij worden nog altijd gebruikt in Hongarije voor het hoeden van de kudde. Om de kudde vooruit te drijven, bijten zij de dieren in de hakken, maar het komt ook voor dat zij op of zelfs over de ruggen van de dieren heen lopen. Als ze aan het werk zijn, lijkt het net alsof zij dansende bewegingen maken, dit is waarschijnlijk de beste manier om deze snelle, korte, waakzame, driftige, marcherende pasjes te beschrijven.
Ook de Puli werkt normaal samen met de grote Hongaarse Herdershonden, maar als die niet aanwezig zijn om de kudde te beschermen, zullen zij het werk overnemen en bij gevaar de Herder met hun schelle blaf 'alarmeren' en als nodig is, zullen zij alles doen, om hun kudde te beschermen. Zij hebben al menig knaagdier en klein roofwild buitenspel gezet of gedood.
Een Puli is een intelligente, leergierige, actieve, uitbundige en snel van begrip zijnde hond, die vaak onderschat wordt door zijn grootte.
Ideale schofthoogte voor een Puli is:
Reu 41 – 43 cm
Teef 38 – 40 cm
Met een gewicht tussen de 10 en 15 kg. Zij zijn makkelijk te trainen, zolang men wel consequent blijft, want je houdt ze niet makkelijk voor gek. Het grootste probleem is wel, dat ze voor de leeftijd van 14/16 maanden goed moeten leren luisteren naar je stem, want rond die leeftijd kan het zijn dat de vacht rond de nek zo dik is geworden, dat ze niet meer met een halfcheck (halve halsband met een stuk ketting) of slipketting te corrigeren zijn.
Een andere probleem kan het blaffen zijn, dit kunnen zij goed, maar door de juiste training is dit goed onder controle te houden, maar je moet daar jong mee beginnen. Het zijn ook geen honden die ervan houden om de hele dag voor de kachel te liggen. Ze passen zich wel bij de familie aan, maar ze vinden het zalig om te gaan wandelen, spelen met een bal en met de fiets mee te rennen. Ze zijn een goede kameraad voor kinderen, andere honden, katten en andere dieren. Net als de Mudi en de Pumi zijn ze terug te vinden in de hondensport, zoals Agility, Gehoorzaamheid, Flyball, Show, Reddingswerk, Speuren, enz., alles vinden ze leuk, zolang zij het maar samen met hun baas kunnen doen. Het enige probleem kan zijn, vooral bij Agility, dat als de vacht op lengte komt, deze problemen kan geven, want door hun lange zware vacht kunnen zij er alles afgooien. Als men werkelijk wedstrijden wil gaan lopen, is het aan te bevelen om de vacht wat korter te houden en de haren op het hoofd in een staartje bij een te doen.
De Puli is er in twee variëteiten:
Puli Wit
Puli anders dan Wit
Bij Puli Wit is de hond helemaal wit, zij mogen geen aftekening hebben en er mag geen gele gloed over de hond heen liggen.

Drie kleuren Puli's, Maszkos-Fako, Wit en Zwart
Bij Puli anders dan Wit, dan zie je ze in de kleuren:
Zwart (Fekete), borstvlek minder dan 5 cm, hoe dieper de kleur zwart hoe beter, maar als er een bruine gloed over de hond ligt is dit ook goed.
Maszkos-Fako, is er in verschillende tinten te vinden, maar ze moeten een zwart dek en een zwart masker hebben.
Het karakteristieke van de Puli is zijn vacht, zij hebben namelijk een vilt vacht en deze wordt niet geborsteld of gekamd, maar 'gescheurd'. De vacht heeft ongeveer drie jaar nodig om op de juiste lengte te komen. Het voordeel van deze vacht is dat de hond beschermd wordt tegen elke weersomstandigheid of het nu 40 graden boven of onder nul is. Enkele nadelen zijn dat een volwassen Puli meer kan ruiken, als enige andere hond en als ze veel door bossen en/of over de heide lopen, veel vuil en zand in huis zullen slepen. Een andere nadeel is als men het gewicht van de hond nodig heeft voor een narcose of ontwormen, altijd een schatting gemaakt moet worden tussen wat de hond werkelijk weegt en wat zijn vacht weegt, want een volwassen Puli kan rustig 3 tot 5 kg vacht bij zich dragen. Deze vacht heeft een speciale behandeling nodig en hier een korte uitleg:

- Tot circa 12/13 maanden leert men de hond, op een speelse wijze, dat men met zijn vacht bezig is. Het makkelijkste is om op een stevige tafel te werken. Het is een heel simpel werkje, want alles wat men hoeft te doen is met de handen door de vacht te gaan en te controleren op takjes. De hond moet dit goed leren, ook als deze op de rug ligt. Men moet op een jonge leeftijd de hond leren om gewassen te worden, zodat hij als hij ouder is en dit veel tijd in beslag neemt, ook goed stil blijft staan.
- Als de vacht goed aan het vervilten is, kan men met scheuren beginnen, in het begin neemt dit veel tijd in beslag. Maar als de vacht goed gescheurd wordt, krijgt men minder werk en als de hond 2 a 3 jaar oud is, kan het zijn dat de vacht nog maar 1 a 2 uur in de week aandacht nodig heeft, maar het ligt er veel aan, waar men met de hond wandelt.
Als de hond erg gaat ruiken, kan men hem natuurlijk wassen, maar men moet er rekening mee houden, dat dit veel tijd kost. Het wassen op zich kan bij een volwassen hond van ongeveer 3 jaar met een behoorlijke vacht 3 tot 4 uur kosten en het drogen enkele dagen. Natuurlijk is dit niet aan te raden om dit in de winter of in een warme zomer te doen, want door de shampoo gaat het vet uit de vacht.
Puli's zwemmen graag, maar men moet oppassen, hun vacht neemt veel water op en daardoor het dubbele van het normale gewicht krijgt, kan de hond hierdoor verdrinken.
